dinsdag 2 januari 2018

Leren om te leren: 10 tips van je brein!


We leren bij alles wat we doen en we zijn er verdomde goed in. Ons brein is erop gebouwd om informatie uit de wereld te verwerken en op te slaan. Toch hebben zelfs intelligente scholieren en studenten problemen als er “verplicht” geleerd moet worden. Dit komt deels omdat ons brein anders leert dan we denken.

Als geheugenwetenschapper heb ik in de loop der jaren redelijk wat geleerd over hoe wij leren. Met deze kennis is mijn overtuiging gegroeid dat als je beter begrijpt hoe je brein leert, je dit begrip kunt gebruiken om beter en efficiënter te studeren!

Hieronder vind je 10 tips van je brein om je te helpen om te “leren leren”:

Bron
1. Spreid je leermomenten: Ik leer door de verbindingen tussen mijn cellen (neuronen) te versterken, hierdoor kan ik informatie later weer terughalen. Op een gegeven moment zijn mijn neuronen echter “verzadigd” en moeten ze eerst weer tot rust komen voor je dezelfde informatie opnieuw kan leren. Het is dus nuttig om langere tijd, liefst meerdere dagen of zelfs weken, korte stukjes informatie te leren en te herhalen. Hierdoor laat je de neuronen weten dat deze informatie nuttig is.

2. Leer verschillende dingen door elkaar: Het klinkt raar, maar ik onthoud informatie niet goed als ik lang met één onderwerp bezig ben (zie ook punt 1). Daarom kan je beter huiswerk voor verschillende vakken afwisselen en pauzes nemen tussen het leren door.

3. Stamp zo min mogelijk: Als je me één keer iets laat leren dan onthoud ik het ook maar even. Hierdoor kan je prima een avondje stampen en de volgende dag een toets halen. Verwacht alleen niet dat ik het een week later nog kan terughalen: informatie die ik maar één keer tegenkom is namelijk over het algemeen niet zo interessant (zie ook punt 1) en zal dus snel weer vervagen.

Bron
4. Test jezelf: Ik begrijp heel goed dat je het niet fijn vindt om jezelf te testen. De kans dat je er dan achter komt dat je iets toch niet weet is dan groot en dat is niet leuk. Bovendien krijg je op school al zoveel toetsen. Toch is testen, het beantwoorden van vragen over de lesstof, een uitermate goede manier om te leren. Dit komt waarschijnlijk omdat je door het terughalen van eerder geleerde informatie deze informatie opnieuw opslaat en dit kan zorgen voor sterkere verbindingen in een groter kennisnetwerk (zie punt 5).

5. Gebruik je voorkennis: Ik heb al heel veel kennis opgeslagen gedurende je leven. Deze kennis kan je gebruiken om nieuwe kennis te onthouden. Het reactiveren van je voorkennis tijdens het leren is heel erg nuttig als je nieuwe informatie leert die aansluit op deze voorkennis. Door me een handje te helpen en actief terug te denken aan deze voorkennis vertel je me dat de nieuwe informatie belangrijk is, het sluit immers aan op dingen die ik eerder heb opgeslagen!

6. Maak ezelsbruggetjes: Jammer genoeg is er lang niet altijd geschikte voorkennis aanwezig. In deze gevallen, bijvoorbeeld bij het leren van buitenlandse woordjes, kan je me beter een beetje voor de gek houden met zogenaamde ezelsbruggetjes. Als je probeert om deze “rare” informatie toch aan voorkennis te verbinden, zal ik het beter kunnen onthouden. Hierbij helpt het om er heel bewust mee bezig te zijn en zoveel mogelijk gekke associaties te bedenken!

7. Neem je tijd: Nieuwe informatie leren gaat niet zonder slag of stoot, je moet me blijven herinneren dat iets belangrijk is door je kennis weer op te halen en eventueel aan te vullen met nieuwe informatie. Het zien van het grotere plaatje, de context, gebeurt vaak pas na een langere periode van losse feitjes leren. Pas na een tijdje kunnen deze losse feitjes elkaar vinden om een uitgebreider kennisnetwerk op te bouwen. Hiervoor is het wel heel handig dat je deze voorkennis regelmatig terughaalt (zie punt 4).
Bron

8. Slaap: Ik begrijp zelf niet zoveel van wat er gebeurt als ik slaap, maar wetenschappers zijn er redelijk zeker van dat slapen belangrijk is voor het verstevigen van herinneringen. Het helpt om informatie te structureren en omhet grotere plaatje te zien. Bovendien is slapen ook heel erg fijn, dus dit is een makkelijke tip!

9. Vergeet: Wees niet gefrustreerd als ik dingen vergeet, ik ben het grootste deel van wat je gister hebt geleerd vandaag alweer kwijt. Neem het me niet kwalijk, zo’n hele dag is ook een hele berg informatie om te verwerken! Vergeten helpt mij om te bepalen wat wel en niet belangrijk is om te overleven. Als ik iets niet belangrijk vind, betekent het dus niet per se dat het voor jou (of voor je opleiding of je toekomst) niet belangrijk is. Dan moet je doorzetten om me duidelijk te maken dat ik het fout heb.

Bron
10. Gebruik je hippocampus: Ik sla herinneringen op via de hippocampus, een hersengebied dat evolutionair ontwikkeld is voor navigeren en het begrijpen van ruimtelijke oriëntatie. Daarom leren we ook veel makkelijker als we informatie ruimtelijk maken. Bijvoorbeeld door het gebruik van de loci-methode (loci betekent "plaatsen" in het Latijn), waarbij je informatie verbindt aan plekken in een bekende ruimtelijke omgeving. Met deze methode kan je een heleboel willekeurige informatie toch makkelijk onthouden.



Je zal deze tips ongetwijfeld vaker hebben gelezen, maar ik kom nog heel vaak studenten tegen die moeite hebben met het implementeren van veel van deze technieken. Dit komt volgens mij doordat sommige technieken heel tegenstrijdig voelen, pas op een langere termijn effect hebben, of gewoonweg moeilijk systematisch toe te passen zijn en strakke planning vereisen. 

Mijn eigen laatste tip is dus: gebruik deze breintips zoveel mogelijk en leer om te leren, je zult zien dat het effect heeft op de lange termijn!

dinsdag 17 november 2015

Navigatie en Alzheimer, of: wat hebben we aan neurowetenschap?

Als neurowetenschapper met affiniteit voor de toepassing van je onderzoek krijg je vaak die ene vraag voorgeschoteld: “Maar wat kunnen we hier nou mee? Wat voegt kijken in het brein toe?”. Ik probeer deze dooddoener vaak te beantwoorden met loze cliche’s als “we willen begrijpen wat de onderliggende processen zijn, zodat we theoretische modellen kunnen opstellen die gedrag kunnen verklaren”. Tsja, het blijft een lastige vraag... 

Maar nu heb ik eindelijk iets beters te vertellen. Een nieuw artikel maakt duidelijk wat neuroimaging kan betekenen voor geheugenonderzoek.

Alzheimer

Plaatje van http://amnesiainternational.net/en/node/4270.
We kennen allemaal de ziekte van Alzheimer, soms alleen van de de verhalen en soms van heel dichtbij. Er zijn heel veel theorieën over Alzheimer en het ontstaan van deze verwoestende ziekte. Voor deze progressieve ziekte geldt: hoe vroeger we kunnen beginnen met behandeling, hoe langer het kan worden uitgesteld. 

Wat we weten is dat Alzheimer zich al vroeg kan manifesteren in het brein, maar dat we (onbewust) kunnen compenseren voor de effecten waardoor er nauwelijks gedragsveranderingen te bespeuren zijn. Ook weten we dat een bepaald genetisch verschil een verhoogde kans op Alzheimer geeft, maar we hebben nog geen goede manier om te bepalen of iemand met dit gen de ziekte ook echt aan het ontwikkelen is.

Omgevingscellen

In een recent artikel in Science hebben Nederlandse en Duitse neurowetenschappers op een vernuftige manier de compensatiestrategieën van deze mensen met een genetisch risico voor Alzheimer blootgelegd. Ze gebruiken hiervoor het Nobel-waardige idee uit dieronderzoek; het bestaan van omgevingscellen, cellen die bepalen waar we in de omgeving zijn. Deze cellen bevinden zich vlakbij de hippocampus, het deel van de hersenen dat belangrijk is voor het geheugen. 

Een paar jaar geleden bleek dat ook mensen een dergelijk systeem in de hersenen hebben. Dit was weliswaar iets indirecter gemeten, maar de sterke relatie met het dieronderzoek – dat wel direct activiteit van cellen kan meten – doet vermoeden dat ook wij dergelijke cellen in ons brein hebben.

Omgevingscellen of "grid" cellen worden actief als een dier in een bepaald deel van de omgeving is. In dit plaatje wordt dit duidelijk gemaakt. Je ziet een vierkante omgeving van boven. Zwart is het pad dat de rat aflegt terwijl hij door de omgeving loopt. Rood zijn de plekken wanneer een bepaalde grid cel actief is. Deze cel is dus actief op verschillende plekken in de omgeving. Onderzoekers denken dat deze cellen ons helpen om plekken in een omgeving te onthouden. Plaatje van hier.

Compensatie in actie

Wat hebben de onderzoekers nou gedaan? Ze hebben hetzelfde experiment dat gebruikt was om dit systeem in de menselijke hersenen te vinden losgelaten op een groep jonge proefpersonen die wel of niet het "Alzheimer-gen" hadden. Ze vonden, zoals verwacht, dat er weinig verschil was tussen hoe goed de verschillende groepen de locaties onthielden. Maar dit zegt weinig, er zouden immers compensatiestrategieën gebruikt kunnen worden. Pas als er gekeken werd naar navigatiestrategieën van de proefpersonen, kwamen er kleine verschillen aan het licht, een gedragsmatige aanwijzing dat er gecompenseerd werd door de Alzheimer groep. 

Maar de belangrijkste vondst lag in de hersennetwerken die de proefpersonen gebruikten tijdens de taak. De proefpersonen met risico voor Alzheimer gebruikten hun omgevingscellen namelijk minder, maar andere hersengebieden weer meer. De onderzoekers concludeerden dus dat ze hier de compensatiemechanismen aan het werk zagen.

Toepassing

De vraag “wat voegt kijken in het brein toe” is nu dus iets makkelijker te beantwoorden: we kunnen mogelijk op basis van bevindingen in het neurowetenschappelijke geheugenonderzoek de vroege ontwikkeling van Alzheimer gaan zien. Als dit vastgesteld kan worden bij een persoon, dan kan deze vroeger geholpen worden, waardoor de ziekte kan worden uitgesteld. 


Ik heb nu dus eindelijk een goed verhaal te vertellen op feestjes: Wat helpt het om in het brein te kijken? Daarmee kunnen we verschillen blootleggen die onzichtbaar zijn voor psychologische gedragstesten!